ROUWTEKSTEN

Op deze webstek vindt u ook rouwteksten die u kunt gebruiken of die u misschien inspireren tot het schrijven van een eigen tekst.

1.
Als ik hier niet meer woon
in het land van jou en mij
bedenk dan dat ik ergens ben
zonder land en jaargetij
Ik zweef daar door de ruimte
lichter dan een veer
en kijk zonder zorgen
liefdevol op jullie neer.
(Anoniem)

2.
De mier dacht aan de tijd,
de zon, de lucht, de zomer, potten honing,
verjaardagen, verdriet, mos,
de geur van de den.
Zou dat allemaal voorbijgaan?
dacht hij. Of niets daarvan?
‘En wij’, vroeg de eekhoorn opeens,
‘zouden wij ook voorbijgaan?’
De mier dacht even na.
Toen stond hij op,
maakte een rare sprong in de lucht
boven het gras, kwam op zijn rug neer en zei,
zwaaiend met al zijn poten:
‘nee, wij gaan nooit voorbij. Wij niet!’
(Toon Tellegen)

3.
Wie gaat, wat blijft
Als ik verdwijn bestaat de wereld voort
de jonge bomen waaiend en volwassen boven het
blijvend groen van zoveel grassen, de vogels gaan
gewoon met zingen door.
De sterren draaien met dezelfde maan voor
mensen met veranderende namen
in haar voor altijd uitgezette banen
zolang de zon duurt en de zomermaan.
Er zal een menigte van rozen zijn
en ronde sneeuw des winters op de wegen en
speelse pirouettes van de regen
en dag en nacht en dag, als ik verdwijn.
(Anton van Wilderode)

4.
De bomen
komen uit de grond
en uit hun stam
de twijgen
iedereen vindt het heel gewoon
dat zij weer bladeren krijgen
we zien ze vallen
op de grond
en dan weer groeien
zo heeft de aarde
ons geleerd
dat al wat sterft
zal bloeien
(Toon Hermans)

5.
Tijd is eindeloos in Uw handen, Heer.
Er is niemand die Uw minuten telt.
Dagen en nachten gaan voorbij en eeuwen
bloeien en verwelken als bloemen.
Gij weet wat wachten is.
Uw eeuwen volgen elkaar om een kleine
wilde bloem te perfectioneren.
Wij hebben geen tijd te verliezen.
En daarom moeten we ons haasten voor een kans.
We zijn te arm om te laat te komen.
En zo gaat de tijd voorbij.
En toch geef ik hem aan elke klagende man
die hem opeist,
terwijl er geen offers van hem op Uw altaar zijn.
Op het einde van de dag haast ik mij, bang dat
Uw poort gesloten zal zijn.
En dan bedenk ik dat er nog tijd is.
(Rabindranath Tagore)


6.
Wanneer de lente komt
En als ik dan al dood ben
Zullen de bogennet zo bloeien
En de bomen zullen niet minder groen zijn dan het vorig voorjaar.
De werkelijkheid heeft mij niet nodig.
Ik voel een enorme vreugde
Bij de gedachte dat mijn dood volstrekt onbelangrijk is.
Als ik wist dat ik morgen zou sterven
En het was overmorgen lente,
Zou ik tevreden sterven, omdat het overmorgen lente was.
Als dat haar tijd is, wanneer dan zou ze moeten komen tenzij op haar tijd?
Ik houd ervan dat alles werkelijk is en alles zoals het moet zijn;
Daar houd ik van, omdat het zo zou wezen ook als ik er niet van hield.
Daarom, als ik nu sterf, sterf ik tevreden.
Want alles is werkelijk e alles is zoals het moet zijn.
Men mag Latijn bidden boven mijn kist, indien men wil.
Indien men wil, mag men rondom dansen en zingen.
Ik heb geen voorkeur voor wanneer ik toch
geen voorkeur meer kan hebben.
Dat wat zal zijn, wanneer het zijn zal, zal het zijn dat wat het is.
(Fernando Pessoa)

7.
Wanneer ik morgen doodga,
vertel dan aan de bomen
hoeveel ik van je hield.
Vertel het aan de wind,
die in de bomen klimt
of uit de takken valt,
hoeveel ik van je hield.
Vertel het aan een kind,
dat jong genoeg is om het te begrijpen.
Vertel het aan een dier,
misschien alleen door het aan te kijken.
Vertel het aan d huizen van steen,
vertel het aan de stad,
hoe lief ik je had.
Maar zeg het aan geen mens.
Ze zouden je niet geloven.
Ze zouden niet willen geloven dat
alleen maar een man alleen maar een vrouw,
dat een mens een mens zo liefhad
als ik jou.
(Hans Andreus)

8.
Geschouderd
Waar de hemel d’aarde raakt
Beleven mensen
zonder jacht
zonder klacht
de zin van hun zijn.
Waar de hemel d’aarde raakt
ben ik nog nooit geweest.
Mijn God
ik heb me op u geschouderd.
Velen keken
toen we nog voor de heetste zon
vertrokken
voor altijd
naar waar de hemel d’aarde raakt.
(Luc Pomierski)

9.
Dood maar niet vergeten
dragen wij haar beeld
alle dagen verder
bij vreugd en bij leed.
Hopend op een weerzien
op de laatste dag
in een land van vrede
dat hier niemand zag.
(Joz Le Bruyn)

10.
Vroeger zei ik soms
‘De liefde is een klein stukje eeuwigheid’.
Nu je weg bent, hoewel ik je niet verloren ben,
weet ik dat de eeuwigheid niet bestaat uit kleine stukjes,
maar dat de liefde de eeuwigheid zelve is.
(Anoniem)

11.
Wie zo diep in je hart zit, kun je door de dood niet verliezen…

12.
Je hield zo van het leven
Van al wat oprecht was
Daarom hielden wij zo van jou.

13.
Voor heel de wereld was hij een vriend. Voor ons was hij de hele wereld.

14.
Op momenten als deze kun je je zo enorm klein voelen…

15.
Mensen sterven niet. Ze glijden hooguit naar de overkant.
Ze leven verder in wie blijft – in woorden en gedachten – in verhalen, gevoel en tederheid.

16.
Tot weerzien, tot weerzien – al waar het moge wezen.
Naar lang of korten tijd misschien – in ’t ongekend nadezen. (Guido Gezelle)

17.
Heel bijzonder, heel gewoon. Gewoon een heel bijzonder persoon…

18.
Wanneer je verdrietig bent, blik dan opnieuw in je hart –
en je zal zien dat je weent om wat je vreugde schonk. (Khalil Gibran)

19.
‘Maar denk niet ik ga mijn eigen gang – denk nooit ik ga het veranderen
want alleen ben je te klein en te bang – je kunt niet zonder de anderen’ (Zjef Vanuytsel)